Saint-Hilaire-de-Riez 1966

17 januari 2018

Kijk- en leestijd 13 minuten

Tekst © Rob Hoen

Dit is de Côte de Lumière. De kust van het licht. En licht, dat is wat ik nodig heb in donkere dagen. Dit is een ansichtkaart waar ik blij van word. Dat begint al als hij op de deurmat ligt. Meteen is er een goed gevoel. Hoewel ik nog niet eens naar de afzender heb gekeken. Het is dus het beeld zelf. Zijn het de heldere kleuren rood, wit en blauw? Komt het door het klare licht? Of roept de foto een vakantiegevoel op?

Op de ansichtkaart rijdt een viertal auto’s in ganzenpas voorbij, waaronder een opvallende rode. De kleur misstaat niet bij het gebouw. Een boerenkar gaat de andere kant op. De auto’s lijken stil te staan, maar ze rijden wel degelijk. Het is een voor ansichtkaartbegrippen ongemeen scherp beeld. Dat komt door de zee van licht waarin het tafereel baadt, door de korte sluitertijd van de camera. Wat verder opvalt is dat in iedere auto meer dan één persoon zit. Dat past niet in het huidige beeld van autosolisten. Het zijn vakantiegangers, want de auto’s komen uit het departement Yvelines, vlakbij Parijs. Ze hebben het departementsnummer 78 op de kentekenplaten staan. Op de achtergrond zie ik slagbomen van een spoorwegovergang. Er is verder geen mens op straat te zien. Het lijkt dat de fotograaf lang heeft moeten wachten op voorbijgangers om nog iets op de foto te laten gebeuren. Bij het uitblijven van passerende voetgangers heeft hij maar de voorbij rijdende auto’s gefotografeerd. De lucht is kristalhelder blauw, geen wolkje aan de lucht.
Het beeld op de foto is niks bijzonders, dus dat kan het niet zijn waar ik enthousiast van word. Het is een kiekje, zoals je dat ie je op Instagram en Facebook bij duizenden ziet. Een gewone straat in Saint-Hilaire-de-Riez, met een café-hotel-restaurant. Het telefoonnummer staat op de schrijfzijde van de kaart gedrukt: nummer 226. À la Bonne Auberge aan de Rue Georges Clemenceau ziet er nu nog exact hetzelfde uit. De kozijnen zijn nog steeds rood, zij het iets minder fel van kleur. Maar uiterlijk is er niets veranderd. De ansichtkaart lag destijds op de balie van het hotel. En op het bordje met de rekening wanneer je betaalt in het restaurant. Altijd handig zo’n kaart om een goed adres te onthouden. Eerlijk gezegd heb ik deze gelegenheid niet uitgeprobeerd. Iets staat mij tegen. Het lijkt op zo’n pensionnetje zoals je dat ook langs de Nederlandse kust hebt. Sobere, ongezellige kamers. Alleen bedoeld om er te slapen, niet om er te vertoeven. De keuken serveert eenvoudige, doch voedzame maaltijden. Ik kan ook niets online laten zien. Veel cafés, restaurants en hotels in Frankrijk hebben nog steeds geen eigen website. Dit in tegenstelling tot Nederland, waar iedere zichzelf respecterende snackbar een uitgebreide site heeft, waarop je zelfs frites met mayonaise online kunt bestellen.
Ik verblijf in Hotel Fréderic. Dit is een regelrechte Franse klassieker. Geopend sinds 1929. Het ligt pal aan de kust van de Atlantische Oceaan, in Sion sur l’Océan. Dat hoort bij Saint-Hilaire-de-Riez. Bij laag water is het uitzicht fenomenaal, vooral in combinatie met de rotsige kustlijn. Ik ga de lezers niet vermoeien met hoe heerlijk de fruits de mer hier smaken. Ik geef toe, ze zijn waarschijnlijk even goed als in het 100 kilometer noordelijker gelegen Bretagne. Maar het is de context van het hele ritueel rond het eten en drinken die het bijzonder maakt. Wie kent de ervaring niet van dat geweldige wijntje dat je ooit ergens in de Pyreneeën dronk en waarmee je vervolgens de auto volstouwt om bij thuiskomst te merken dat de wijn naar niets smaakt?

Saint-Hilaire-de-Riez ligt in het departement van de Vendée. Het stadje maakt deel uit van het arrondissement Les-Sables-d’Olonne aan de Golf van Biskaie. Dichtbij gelegen grotere plaatsen zijn Nantes en Saint-Nazaire. Het stadje zelf telt zo’n zo’n 10.000 zielen. Maar in het zomerseizoen zijn dat er al gauw 20.000. Voor 2018 heeft de Vendée twee keer een etappeplaats in de Tour de France binnen gehaald. Op 7 juli rijdt de karavaan door Saint-Hilaire-de-Riez. Dat is op zich al een indrukwekkende prestatie, om de Tour twee dagen in je regio te hebben. De Vendée krijgt twee dagen lang mondiale media-aandacht met vrije publiciteit. Er is een spannend promotiefilmpje gemaakt om de Tour ernaartoe te brengen, zonder ook maar één fragment van de Tour de France te laten zien. Zo doen die Fransen dat, als je een evenement naar je regio wilt halen.
Voor de sport zelf hoef je trouwens de tv niet aan te zetten. Afgelopen jaar heb ik naar enkele etappes gekeken en zelden zulke saaie sport gezien. Alleen schaatsen is nog saaier. Een aan sportastma lijdende, onverzadigbare wielrenner heeft samen met zijn ploeg al snuivend en puffend en met een ongewoon gemak, iedereen die ook maar iets probeerde te veranderen aan het klassement naar huis gereden. Is hij zo goed, of de rest zo slecht? Naar later blijkt -en eigenlijk vermoedden wij dat allemaal al- is er doping aan te pas gekomen.  De uitslag staat dus al vast. Het enige waarvan te genieten valt zijn de helikopterbeelden de luchtbeelden van Frankrijk met pittoreske Franse dorpjes en fraaie landschappen. En je kunt kijken naar plekken waar je ooit met je auto doorheen gereden bent en een ansichtkaart gekocht hebt. In 1976 is Saint-Hilaire-de-Riez een keertje startplaats van een etappe. Toen met Bernard Thévenet in de gele trui. Deze hoekige Bourgondiër heeft genoegen genomen met twee keer een eindzege in de Ronde van Frankrijk. Trouwens ook met de hulp van doping.
Eigenlijk is er weinig noemenswaardigs te melden over Saint-Hilaire-de-Riez. Er staat een grote kerk van dertien in een dozijn. Er zijn zoutkwelders: Les Marais Salants de la Vie. Hier in de Vendée wordt al jaren zout gewonnen, maar het is nu meer een toeristische attractie dan dat het economische betekenis heeft. Die zoutvelden geven het landschap wel een bijzonder aanzien. Verder is er een Trou de Diable. Een duivelsgat, waar de golven van de Atlantische Oceaan wild tekeer kunnen gaan. Een bezienswaardigheid waar iedere dag weer veel mensen op af komen.
Saint-Hilaire-de-Riez dankt haar bestaan aan het toerisme. Ook deze kustplaats is niet aan lelijke hoogbouw ontkomen. Overal zijn urbanisaties ontstaan met huisjes en appartementen. De oorspronkelijke skyline van dit gebied is daarmee voorgoed bedorven. De prachtige, monumentale villa’s uit het begin van de 20e eeuw zijn meestal gesloopt. Enkele staan er nog in wisselende staat van onderhoud. Dat geldt al evenzeer voor het oude Café de la Marie aan de Place d’Église. Dat bestaat nog steeds, maar er is nu een restaurant Aux Piments Doux aan vastgeplakt. Niets herinnert nog aan het oude café.

Behalve dan dat deze zaak ook geen website heeft. De toeristen brengen nu eenmaal genoeg inkomsten. En je kunt van de lokale bevolking niet meer verwachten dat ze alleen van de visserij en zoutwinning leven. Die toeristische urbanisaties -en vooral ook campings- zijn ontstaan rond oude buurtschappen nabij Saint-Hilaire-de-Riez, zoals Sion-sur-l’Océan, La Pège, Les Morettes, Les Demoiselles. Het strand is uiteindelijk dé trekpleister. De Côte de Lumière heeft kilometerslange zandstranden. Een garantie voor veel badgasten. Maar waar het mij om gaat, dat is het licht. Het heet hier niet voor niets Côte de Lumière. Bijna iedere ansichtkaart lijkt in het licht te baden. Dat komt door het microklimaat. Een warme golfstroom en evenveel zonuren als aan de Côte d’Azur. Vooral de Atlantische wind zorgt voor minder vocht en stof in de lucht waardoor het licht hier veel klaarder lijkt dan elders.

 

Je ziet dat ook wel op de meeste ansichtkaarten. Hoewel er op de kaart van de parkeerplaats langs de Avenue de la Plage een nieuwe hemel met onlogisch licht is ingeplakt. In plaats van dat de wolken aan de einder weglopen, lijken ze recht in zee te storten. Maar goed, ansichtkaarten proberen nu eenmaal een mooiere werkelijkheid weer te geven. Het licht dat bij die wolkenlucht hoort, zie je niet op de parkeerplaats terug. Dat geldt ook voor de tweede ansichtkaart van een parkeerplaats bij het strand. Weer is er aan lucht gerommeld. Heel vaak worden er bij ansichtkaarten ‘mooiere’ luchten in de foto gemonteerd. Donder- of regenwolken horen niet op een ansichtkaart. Hier geniet iedereen onder de bewolking van de zon. Onderzoek heeft aangetoond dat bij meer dan 13 procent van de ansichtkaarten de achtergrond wordt aangepast.
In Frankrijk is de kustlijn onderverdeeld in talloze Côtes. Ieder deel heeft zijn eigen naam. Côte d’Azur, Côte d’Argent, Côte Bleue, et cetera. Genoemd naar bepaalde kenmerken die bij de streek horen. Het heeft niets met wijn te maken, dan verwijst het woord côte naar een helling met een wijnsoort, bijvoorbeeld Côtes de Bourgogne. Of Côtes du Rhône langs de gelijknamige rivier. In Nederland kennen we dergelijke, wat meer poëtische namen niet voor onze kustlijn. Hier is het gewoon de Zeeuwse of Hollandse kust. En misschien zijn onze kuststreken ook wel minder kenmerkend. Wat onderscheid Noordwijk van Zandvoort?
Het voordeel van zo’n hotelkamer met uitzicht op zee is dat je geen Buienradar nodig hebt om te zien wat voor weer het wordt. Donkere wolkenvelden zie je van ver aankomen. Iedere dag ziet de horizon er anders uit. De kleur van de zee veranderd met het licht dat de wolken doorlaten. Het water zorgt voor reflectie en daarmee verandering van de kleur van het licht. Ik kijk uit het raam van Hotel Fréderic. Mijn reisgenote heeft het opeens over Hollands licht en Hollandse luchten, die ze ziet aan de einder. Hoe mooi dat wel niet is. Maar dit is toch de Atlantische Oceaan? Met mooi Hollands licht? We zijn hier toch in Frankrijk? Die luchten zijn toch overal hetzelfde? Die zie je ook in de Zwitsers Alpen? Of waar dan ook?
Hollands licht bestaat niet. Althans niet echt. Het is gemaakt door schilders, verder gemythologiseerd door fotografen en vooral door mensen die er graag over praten. Ik vind het allemaal klinkklare onzin. Er is in ieder geval geen wetenschappelijke definitie van. Alsof het licht een uitvinding is van de Hollandse schilderkunst. De zon schijnt al 4,5 miljard jaar. De kunstenaars schilderen licht. En klaarblijkelijk geen landschap meer. Noem het maar photoshop van de 18e, 19e en 20e eeuw. In de journalistieke fotografie een doodzonde, in de kunst heel normaal. Mijn gezond verstand zegt dat het licht hier in Frankrijk precies hetzelfde is als in Holland. Het verschil zit in je eigen horizon. Als je in verhouding heel veel lucht boven een lage horizon schildert met wolkenluchten erboven dan krijg je Hollands lichten en luchten. Knap gemaakt hoor. Het licht ontstaat dankzij de vlakke horizon, de reflectie van het water heeft invloed op hoe de lucht er uit ziet. Met gebouwen, koeien, een enkele boom, een zeilboot in het landschap die de horizon onderbreken. Kunstminnaars en sommige fotografieliefhebbers zijn gepreoccupeerd met dat licht. Dan zie je al gauw wat je wilt zien. Je zou kunnen zeggen dat het Hollandse licht bestaat bij de gratie van het vlakke land er onder en niet andersom. En hoe meer je er over praat, des te meer Hollandse luchten je ziet. Het is de spiegel van de ziel die ernaar kijkt. Zo kan het zijn dat wij Nederlanders lyrisch worden van mooi licht boven de Atlantische Oceaan hier in Saint-Hilaire-de-Riez, terwijl de Franse serveerster die naast je staat zegt: ‘Quoi?’ Ze heeft geen idee waar je het over hebt.
Laat onverlet dat het licht hier in Saint-Hilaire-de-Riez ook in de winter erg mooi en zuiver voelt. Als je, zoals ik, last hebt van winterdips is het hier goed bijkomen van de duisternis. Zelfs als de dagen even kort zijn als in Nederland. Morgen rijd ik met de auto naar Parijs. De wolkenpartijen boven midden Frankrijk op Buienradar zien er buitengewoon Hollands uit. Grijs en donker. Nevel en mist. Wind en regen. Gelukkig maar. Binnenkort is het weer lente. Met Hollands, Frans, Duits of Italiaans licht. Maakt mij niet uit. Als het licht maar van de zon komt.

 



 

One Response to Saint-Hilaire-de-Riez 1966

  • Prachtige mijmering weer Rob. En een wonderschone ansichtkaart. Het blijft een wonderlijke combinatie, de ID/DS en haar eigenaar. Ook in het pittoreske Saint-Hilaire-de-Riez heeft iemand weer zijn uiterste best gedaan om zijn ID voor een DS door te laten gaan. Iets wat naar verluidt sinds de introductie van de ID19 een populaire Franse bezigheid was. Op het eerste gezicht lijkt het een DS19 in Rouge Estérel met een Gris Argent dak. Maar het grote onbekrachtigde stuurwiel, de ontbrekende selecteurhendel, het zwarte voorruitrubber, de kleine grijze binnenspiegel en de ogenschijnlijk aluminium voorbumper geven de ware identiteit van de auto prijs. De roestvrijstalen keienbaklip, de grote wieldoppen, de RVS trompetten (?) en natuurlijk de DS-kleurcombinatie maken het niettemin tot een zeer verdienstelijke poging. De grijze binnenspiegel duidt op een bouwjaar vanaf november 1959 en het ogenschijnlijk ontbrekende parkeerlichtje op de B-stijl verviel in januari 1962. Dat zou betekenen dat de auto in 1966 slechts vier jaar oud was. Niks vandaag de dag, maar toentertijd bouwde Citroën de ID/DS voor een economische levensduur van vijf jaar of 100.000 km. Bijna niet meer voor te stellen, zeker voor zo’n relatief dure auto! Maar de kleur blijft Rouge Estérel. Dat wel.

Geef een reactie