Romans 1963

21 december 2017

Kijk- en leestijd ca. 10 minuten

Tekst © Rob Hoen

Soms zijn er van die ansichtkaarten waar je iedere keer opnieuw naar wil kijken. Zomaar, ogenschijnlijk zonder reden. Zonder te weten waarom. Op de een of andere manier heeft deze foto zo’n magische aantrekkingskracht. Als ik in 1963 in Romans geweest was en ik had deze kaart ergens gespot op een ansichtkaartenrekje, dan had ik hem zeker gekocht. Uiteindelijk koop ik hem 54 jaar later online van een verzamelaar. Om te versturen. Maar aan wie eigenlijk? En waarom juist deze en niet een kaart van de dorpskerk? Of van het kasteel? Waarom schrijf ik een verhaal over deze ansichtkaart? Want wat is nu die verleiding? Misschien is het gewoon nieuwsgierigheid.

Het is een plaatje van Hotel du Lac in Romans. Gemaakt in het begin van de jaren zestig. Romans ligt in het departement Ain, de regio Auvergne-Rhône-Alpes. Ten tijde van de ansichtkaart wonen er 292 mensen in het dorp. Nu zijn dat er twee keer zoveel, bijna 600. Dat zal waarschijnlijk met een administratieve herindeling te maken hebben. Ik kan de toename van het aantal mensen dat hier woont niet anders verklaren.
Het ingekleurde, rimpelloze wateroppervlak van een meertje weerspiegelt een paar bomen en het hotel. Het lijkt hier een oase van rust te zijn. Het kalme leven in het diepe Frankrijk. Misschien logeren er regelmatig sportvissers in het hotel. Maar daar is het meertje eigenlijk te klein voor. Ongetwijfeld komt er af en toe een verdwaalde handelsreiziger of toerist voorbij.
Aan de zijkant staat de Deux Cheveaux van de hotelier geparkeerd. Voor de deur staat een blauw gekleurde Citroën DS van een passant. Er zit iemand in de bijrijdersstoel, zie ik met mijn vergrootglas. Er staan drie vrouwen met een fiets bij het hotel. Ze praten met een man in de deuropening. Dat is misschien wel de chauffeur van de auto. De ansicht is ingekleurd en daar waar de bewerking heeft plaats gevonden neemt de scherpte van het beeld af. Boven de deur rechts staat Épicerie en Tabac. De kruidenierswinkel en de bar van het hotel vormen de ontmoetingsplek van het dorp. Op de eerste etage staan potten met geraniums in het raam. Er ligt een aftands roeibootje in het water. Bootjes als deze in dit soort meertjes behoren gewoon gammel te zijn. Soms staat er meer water in dan er in het hele meertje zit. Het is nauwelijks voor te stellen, maar dit is ook het jaar dat de radio van achter het buffet dagelijks de muziek van Johnny Halliday ‘Pour moi la vie va commencer’ speelt. Hotel du Lac is al een oud hotel. In mijn archief vind ik nog een ansicht uit begin jaren 30 van de vorige eeuw.
Hotel du Lac in Romans is niet meer. Het gebouw staat er nog wel. Vaag kun je de naam van het hotel nog lezen op de gevel. Hotels met deze naam zijn er met tientallen in Frankrijk, dus eentje meer of minder zal geen pijn doen. Al ligt dit huis wel erg mooi, zo langs dat meertje. Nu koester ik zelf weinig goede herinneringen aan de verschillende Hotels du Lac in Frankrijk. De mooie ligging aan zo’n meertje, dat is een garantie voor zwermen muggen op de hotelkamer. En alle Hotels du Lac liggen nu eenmaal aan een meer. Als je per se naar een Hotel du Lac wilt gaan, doe dit dan niet in het muggenseizoen. Ik mij herinner mij een Hotel du Lac in Boussens, dat ligt tegen de Pyreneeën aan. Een geweldig hotel, met een uitmuntende klassieke Franse keuken. Maar die muggen hebben mijn nachtrust aardig bedorven. En ik had het kunnen weten. Toen ik mijn spullen op de kamer neerzette, zag ik overal van die elektrische apparaatjes in het stopcontact om muggen te verjagen. Zelfs op de gang. Die dingen werken niet. Of de vulling was op. Die nacht werd ik volledig lek geprikt.
In het hotel zit nu een cateraar, maar waar deze traiteur zijn klanten vandaan haalt is mij een raadsel. Want zoveel mensen wonen er niet in de directe omgeving van Romans. Wel staat er nu een grote bedrijfshal met vrachtwagens aan de achterkant. Misschien is het wel een contractleverancier voor bedrijfskantines.
Wanneer ik weer eens naar deze ansicht kijk, weet ik opeens waarom deze foto voortdurend mijn hersenen prikkelt. Want zonder mij er van bewust te zijn, ken ik die foto! Hij lijkt heel sterk op een schilderij dat ooit aan de muur hing in de woonkamer van mijn Waalse opa en oma in Florennes, 11 Rue Henri de Rohan Chabot. Dat ligt in de Belgische Condroz, vlakbij Dinant, niet ver van de Franse grens. Zij leven al lang niet meer. Als klein kind heb ik vele uren in die woonkamer doorgebracht. Rood behang, met goudkleurige dessins. Glas-in-lood-ramen. Koperen kanonhulzen uit de Eerste Wereldoorlog op de vensterbank, met zand gevuld als vaas voor plastic bloemen. Een kolenkachel. Traag tikkende klokken overal in het huis. De dagen duren hier langer dan waar dan ook. En aan de muur hangt een schilderij. Eigenlijk is het een hele grote ingekleurde foto van een landschap met bomen langs een meertje. Een soort poster avant-la-lettre uit de jaren dertig in een dunne goudkleurige lijst. De bomen worden weerspiegeld in een meertje met daarboven een heldere blauwe lucht met een enkele witte wattenwolk. Als kind heb ik er uren naar gekeken. Ook al gebeurde er niets op het schilderij wat het memoreren waard was.
Maar ik ken het beeld dus. Het is geen bijzonder schilderij. Onbewust lijkt het dat ik al op de plek hier in Romans geweest ben. Als een soort déjà vu. Het schilderij is uiteindelijk bij het grofvuil terecht gekomen. Daarom kan ik het hier niet laten zien. Als ik dat schilderij nooit gekend had, zou ik deze kaart vermoedelijk nooit gekocht hebben. Laat staan dit verhaal schrijven. Maar ik weet nu wel waarom mijn oog valt op deze ansichtkaart van Romans. Misschien biedt het beeld wel een geborgen gevoel van vroeger.
Ik ben ooit jurylid geweest bij de Zilveren Camera. Dat is een prijs voor de beste journalistieke foto van het jaar. En ik volg altijd al het nieuws over World Press Photo. Opvallend vaak kiest de jury winnende foto’s die we op een of andere manier al kennen. Zo is in 2011 de winnaar van World Press Photo een beeld van een gewonde soldaat in Jemen, die verzorgd wordt door zijn moeder. Je kunt de foto naadloos leggen over de Piëta van Michelangelo. Dat maakt ons niet alleen tot luie kijkers, we worden ook minder kritisch. We kijken met onze ogen, maar zien met onze hersenen. Wij maken als het ware een tweede foto van het beeld in onze hersenen. Dan gaat onze opvoeding, genoten onderwijs en culturele achtergrond een rol spelen in de interpretatie van de foto. En we zien wat we willen zien. Was de Piëta van Michelangelo er niet geweest, dan was deze foto nooit de winnaar van World Press Photo 2011 geworden. Er zijn nog talloze winnaars te bedenken die op deze manier een prijs binnen halen. Al zal dat niet met een vooropgezet doel gebeuren. Omdat de fotograaf vanuit een soortgelijke beleving zo’n foto inzendt.
Romans heeft geen hotels meer. Twee chambres d’hôtes, dat is alles. Ik kan geen enkele goede reden bedenken om hier naar toe te gaan, ondanks de prachtige omgeving. Er is wel nog een kasteel, het Château des Comtes de Romans Ferrari. Het is een oud gebouw en naar goed kasteelgebruik meerdere malen òf afgebrand òf door vijanden met de grond gelijk gemaakt en weer herbouwd, met telkens nieuwe stijlelementen er in verwerkt. De laatste Comte van Romans sterft in 1912. De Comtesse de Dormy is de enige erfgenaam en zij richt in 1926 de Stichting Comte Romans Ferrari op. Er komt een préventorium, dat is bedoeld om kinderen te helpen die besmet zijn met tuberculose maar nog niet de actieve vorm van de ziekte hebben. Hier worden zij geïsoleerd van de gezonde samenleving. Met het geleidelijk verdwijnen van de ziekte, wordt het een revalidatiecentrum voor kinderen met zware brandwonden en ernstige trauma’s als gevolg van ongevallen. In 1966 verrijst op de plek van de oude tuin een nieuwe aanbouw. Die aanbouw ziet er uit als een kazerne. Later komen er nog naast de kinderen, meervoudig gehandicapte volwassenen bij. Als je er voorbij rijdt, is aan niets te zien dat hier een dergelijke instelling ligt. Geen borden voor de deur, geen verkeersborden die je er naar toe leiden. Alsof Frankrijk de bewoners letterlijk verbergt.
Daarmee is Romans eigenlijk een negorij. Gewoon geïsoleerd van de bewoonde wereld. Het ligt prachtig in het landschap. Het château zelf is een mooi gebouw. De historie druipt er van af. Dat is iets wat Fransen altijd graag zien. Alles tot meerder glorie van de Vijfde Republiek. Als ik er met de auto doorheen rijdt, is het niet meer dan een verzameling van enkele woonhuizen met wat boerderijen. Geen voorzieningen, natuurlijk wel de onvermijdelijke Mairie. Ik zie dat de dichtstbijzijnde grotere stad Bourg-en-Bresse is. Dat is maar twintig kilometer rijden.

Maar die herinnering aan deze kaart van Romans is het enige dat standhoudt. Daarom schrijf ik deze kaart aan mijzelf. En degene die dit leest.

 



 

4 Responses to Romans 1963

Geef een reactie