Luxeuil-les-Bains 1966

30 juni 2016

Lees- en kijktijd ca. 10 minuten

Tekst ©  Rob Hoen

Bij de aanblik van deze ansichtkaart krijg ik een uitgesproken zuidelijk gevoel. De zon schijnt volop, de uitgeklapte zonwering, de luiken voor de ramen die de zomerse warmte buiten moeten houden. Je voelt de ochtendzon van de zomer; ik passeer de groentewinkel links op de foto en ruik overrijp fruit, vermengd met de geur van verse koffie, die ik aanstonds ga nuttigen in het café met het gele zonnescherm, iets verderop.

locater-luxeuil-les-bainsDe waarheid is bijna ontnuchterend, maar daarom nog niet minder prettig om naar te kijken. Want ik ben helemaal niet in het zuiden, maar in Luxeuil-les-Bains. Ruim honderd kilometer onder Nancy in de Zuidelijke Vogezen. Niet ver van een vorige aflevering Fotosouvenirs. Het zonnige tafereel in combinatie met de gesloten luiken voor de ramen, de platanen in de straat… Ze doen mediterraan aan. Luxeuil-les-Bains of Luxovium; de Romeinen kwamen er 2000 jaar geleden al vanwege de warmwaterbronnen met een aangename temperatuur van 34 graden Celsius.
Het is een straatbeeld zoals er in de jaren zestig zoveel gemaakt zijn. Zonder noemenswaardige aanleiding, want een bezienswaardigheid is niet te ontdekken op de foto. Wel veel Franse auto’s: een oud type HY met een gedeelde voorruit, een Ami 6 met zowel links als rechts twee keer een 2CV. En niet te vergeten: de in 1965 geïntroduceerde, ultramoderne en comfortabele Renault 16, met een bijna geheel aluminium motor. Een synthese tussen een berline en een break, met een ‘vijfde’ deur, die later trendsetter blijkt te zijn voor de moderne hatchback.CATALOGUS-MG-640-breed
Maar het gaat natuurlijk om de trapauto’s in het straatbeeld. Twee jochies zitten in een DS trapauto van Morellet Guérineau (MG), door deze firma sinds 1959 op de markt gebracht. Lichte, kleine trapauto’s bedoeld voor chauffeurs tussen vier en zes à zeven jaar oud. Normaal kun je het bouwjaar herkennen aan de nummerplaat van de auto, bijvoorbeeld 19-MG-65 of 19-MG-61. Maar die zijn op de ansichtkaart niet leesbaar. De wagentjes vertonen gebruikerssporen; beide plastic voorruitjes zijn verdwenen en de koetsjes hebben al aardig wat Franse krasjes en deukjes opgelopen. Deze voitures à pedales worden overigens met stangen aangedreven door eenvoudig beurtelings je voeten naar voren op het pedalen te drukken. Hoge snelheden haal je met zo’n trapauto niet. Trapauto’s met kettingaandrijving zoals een fiets die heeft, zijn veel sneller, herinner ik mij.

Ik had destijds een militaire Jeep van Tri-ang, met een grote Amerikaanse ster op motorkap en óók met stangenaandrijving. In 1962 gekregen van mijn vader toen ik een jaar of vier was. Aanvankelijk bedoeld als JEEP-TRIANG-800-BREEDcadeau van Sinterklaas (met een échte Zwarte Piet), maar toen ik een flinke smak met mijn hoofd tegen een tafel maakte en vervolgens moest worden gehecht, kreeg ik de auto eerder. Het fenomeen Déesse kende ik toen nog niet, althans ik was mij er nog niet van bewust. Ondanks het feit dat mijn vader een artistiek beroep had – hij was architect -, was het model Citroën DS in huize Hoen niet populair. ‘Want die arrogante DS-rijders willen altijd als eerste bij het stoplicht weg zijn,’ aldus mijn vader. Hij hing de gedachte aan dat alles goed is wat afkomstig was uit de Verenigde Staten. In mijn geval betekende dit dat ik menigmaal kotsmisselijk uit een Chevrolet Impala en Buick Skylark ben gestapt. Die sloepen met achtcilinders veerden niet alleen als een badkuip op volle zee, mijn vader stak er ook de ene sigaret met de andere in aan. Lucky Strike, ook al zo’n Amerikaanse welvaartssymbool, leidde uiteindelijk tot zijn vroegtijdige dood.

blankenberge-autodrome-808
Een DS trapkar heb ik nooit gehad. Maar toen ik wat groter en sterker werd, kon ik mij uitleven op het Autodroom in Blankenberge, aan de Belgische kust. Daar was onder de pier medio jaren zestig een piste met een heus benzinestation voor ‘grote’ jongens, waar je met veel zwaardere skelters, fietsscooters, Amerikaanse modeltrapauto’s en ook met DS’en met kettingaandrijving eindeloos je rondjes kon trappen zodat je een flinke conditie kreeg. Die baan ligt er nog steeds. Alleen de DS’en zijn er niet meer, de skelters zijn intussen gemoderniseerd. Ik pas er niet meer in, maar zou dolgraag als achtjarige nog één keertje rondjes willen rijden tot ik niet meer kan. In zo’n loodzware DS-trapauto in Blankenberge. Net zoals de jongetjes in hun DS19 trapauto op die zomerse dag in Luxeuil-les-Bains.



Geef een reactie