Katwijk aan Zee 1964

10 augustus 2016

Kijk- en leestijd ca. 11 minuten

Tekst © Rob Hoen

Het is een warme zondag in het voorjaar van juni 1964. Een mooi, bijna klassiek Hollands tafereel: flaneren in de namiddag met de kinderen over de Katwijkse boulevard. De blauwe lucht met witte wolken. Een dag om de jas in je hotel of pension achter te laten. Het is een toonbeeld van Nederlandse tevredenheid. Niet zorgeloos, maar er is toekomst.

locater-katwijk-aan-zeeDe mensen lopen over wat nu de ‘Noordzee Route’ heet: ik tel zeven kinderwagens en drie kinderen die net uit de kinderwagen zijn gegroeid. De jaren van herstel zijn definitief voorbij. Het zijn de laatste jaren van de naoorlogse babyboom die uiteindelijk tot 1965 zal duren. De vrouw met de rode blouse en één hand in haar zij kijkt keurend naar de twee vrouwen met kinderwagen die op haar toe lopen. Een groene Citroën DS19 rijdt voorbij. Langs de weg staat nog een Opel Kapitän van de zesde generatie. Rechts van die Opel staat een NSU/Fiat 1100 typ Neckar met Duits kenteken geparkeerd. Een Fiat catharina-valente-500kopiegebouwd in licentie door het Duitse NSU. Die NSU/Fiat’s 1100 hebben nog de ouderwetse zelfmoorddeuren. In de volksmond worden ze ook wel kruiskijkertjes genoemd.
Op zich niet zo voor de hand liggend, maar in die jaren kwamen er wel meer Duits-Italiaanse combinaties voor. Daaraan denkend, krijg ik het liedje Tipitipitipso niet meer uit mijn hoofd. De Duits-Italiaanse Caterina Valente zingt het. Erg geliefd in die jaren. En niet te vergeten Conny Froboess, die bij het Eurovisie Songfestival van 1962 met Zwei kleine Italiener de eerste generatie Italiaanse gastarbeiders bezingt.
Toeristen komen er genoeg in Katwijk. Veelal logerend in kleine pensions en hotels langs de boulevard of in de achtergelegen kleine straatjes. Grote hotels zijn er niet in die jaren. Alles is kleinschalig-kneuterig, gezellig-gewoon. Die toeristen sturen ansichtkaarten naar huis. Met een poststempel uit Katwijk aan Zee. Geen Whatsapp, e-mail, facetime, skype of wat dan ook. Die vakanties verlopen in een ander tempo, ondanks de zomerse drukte. Op die ansichtkaarten wordt vaak volstaan met er alleen je naam op te schrijven, of de groeten uit… Maar Jan Storm schrijft op 2 juni 1964 vanuit de Voorstraat 108 een vakantiekaart aan zijn zus Jo in Vlaardingen helemaal vol. Dan is geluk heel gewoon.

Lieve Jo!
Het is nu dinsdagmiddag half een. Wij hebben vanmorgen fijn op ’t strand gezeten. En nog bij Ceetje geweest. Het is niet zulk mooi weer, maar ’t is droog en dat is al fijn. We hebben het erg gezellig met elkaar en een fijn huis. Bij Rie zaten ook al mensen in huis. Wij kregen vanmorgen een kaart van haar uit Valkenburg. Leuk hè? Hartelijke groeten, ook van moeder en oom Arie Bels.
Jan

pension-katwijk-808

De huizen langs de boulevard zijn allemaal van na de oorlog. Het is Wederopbouwarchitectuur. Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben de Duitsers alle huizen langs de kust in een 200 meter brede strook gesloopt. Voor het realiseren van een vrij schootsveld naar zee en het bouwen van bunkers, mijnenvelden, anti-tankvallen. Ook Katwijk aan Zee maakt deel uit van de Duitse Atlantikwall die het Derde Rijk moet beschermen tegen een mogelijke geallieerde aanval. Alleen de Oude of Witte Kerk weet aan de slopershamer te ontsnappen. Een Katwijkse aannemer haalt de toren er af tot dakhoogte. De Duitsers beschouwen de zaak als afgedaan en de kerk blijft staan. Deze kerk staat oorspronkelijk nog in de oude dorpskern, door de afkalving van de kustlijn ligt ze nu praktisch aan zee.
Die kerk is een baken voor de vissers die er niet aanleggen. Want Katwijk is een havenloze stad, al hebben ze in de jaren vijftig en zestig wel de grootste vissersvloot van Nederland. De boten zijn te groot en te zwaar geworden om zomaar op het strand te trekken. De kotters met de letters KW op het zeildoek, ze meren aan in IJmuiden.
katwijk-808Het straatbeeld van de boulevard in dit deel van Katwijk is sinds de jaren vijftig nauwelijks veranderd. Zelfs de zonneschermen lijken nog dezelfde als vijftig jaar geleden. Door moderne architecten vaak afgedaan als saaie en schraal ogende architectuur; het is wél een authentiek tijdbeeld. Bomen ontbreken, de bebouwing is sober, zelfs de betonnen lantaarnpalen zijn kleurloos, maar wel heel degelijk. Alles moet tegen een stootje kunnen, want de zoute wind heeft hier vrij spel. Heel wat anders dan de moderne lelijke kustlijnen van Nederlandse badplaatsen die jaarlijks om de gunst van Nederlandse en Duitse toeristen strijden.
Die Hollandse naoorlogse degelijkheid doet mij denken aan vrienden van mijn ouders die in die jaren aan de Nederlandse kust wonen. Nico en Betsy komen een of twee keer per jaar op bezoek bij ons in Maastricht. Steevast met een prachtige Peugeot. Eerst met het model 404 en later met een 504. Die Peugeots roesten in het Nederlandse klimaat -en zeker aan de zilte zeekust- zo mogelijk nóg harder dan de Citroëns uit dat tijdperk. Bij ieder bezoek lijken de bloemkolen op de carrosserie groter te worden; rondom het fraaie schuifdak van zijn Peugeot ontstaat telkens een rand van fijn roestig bladerdeeg, waardoor water vrije doorgang krijgt naar de passagiers. En Nico… Die koopt dan gewoon weer een nieuwe, degelijke Peugeot.

Geef een reactie