Gotthardpas 1961

14 augustus 2018

Leestijd: 14 minuten
Kijktijd: 6:20 minuten

Tekst © Rob Hoen

In colonne zwoegen de auto’s over het oude tracé van de Zwitserse Gotthardpas. Personenauto’s, auto’s die een caravan voortslepen, autobussen, vrachtwagens, zelfs een enkele fietser. Kruipend door haarspeldbocht na haarspeldbocht. Gestaag klimmend of dalend over de kleine klinkers. Je mag hier niet inhalen; in het midden van de weg is een gele, doorgetrokken streep geschilderd. Die streep wordt massaal genegeerd. Dit is de Gotthardpas, ook wel Via Tremola genoemd. Geopend in 1830 en hij wordt telkens verder uitgebouwd en verbeterd.

De auto’s op deze ansichtkaart rijden niet sneller dan 30, hooguit 40 kilometer per uur. Allemaal in de tweede versnelling met een hoog toerental. Of ze nu klimmen of dalen. Remmen doe je vooral op de motor. Die oude trommelremmen uit die tijd mogen niet te heet worden, want dan doen ze niks meer. De motoren ronken als mislukte alten. Ik ruik oververhitte motoren. Het is een mix van benzinedamp, uitlaatgassen, olie en rubber. Terwijl de natuur om mij heen indrukwekkend is. Eigenlijk zou het hier heel stil moeten zijn. Het verkeer wringt zich door de smalle straatjes van aanliggende dorpen, die niet op deze hoeveelheden verkeer berekend zijn. In de dorpen ben je als voetganger vogelvrij als je de weg wilt oversteken. Daarom worden er in het vakantieseizoen in de dorpen studenten als verkeersregelaars ingezet, die zorgen dat het dagelijkse leven voort kan. Het is bijna bizar; op oude ansichtkaarten zie ik een zwart spoor op het wegdek van het stijgende verkeer. Het is rubber dat achterblijft door de tractie van de autobanden. Dat veroorzaakt heel veel fijnstof. Niemand maakt zich er nog druk om.
De haarspeldbochten van de pas zijn soms zo krap dat een vrachtwagen of autobus achteruit moet steken. In het zomerseizoen gebeuren er veel ongelukken, met name door onervaren en oververmoeide chauffeurs met te zwaar beladen auto’s. Het steilste hellingspercentage van de pas is 11,4, het gemiddelde is 8 procent. De Gotthardpas maakt onderdeel uit van de Gotthardtstraße. De 110 kilometer lange weg verbindt de plaatsen Altdorf en Biasca. De bouw van de Gotthardpas begint in 1826 en is in 1830 klaar en geschikt voor paardenkoetsen. Maar zo’n weg is nooit af. De oorspronkelijke pas wordt talloze malen geschikt gemaakt voor het veranderende verkeer. Vooral in de periode 1953 tot 1983 wordt de oude weg aangepast en deels vervangen door een veiliger, veel breder tracé.

De geschiedenis van de Gotthardpas begint veel eerder, in de vroege middeleeuwen. Maar dan wordt hij nog geen pas genoemd. Tijdens het regime van Karel de Grote (767-814) wordt de doorgang voor lastdieren ingericht. Het grootste knelpunt bij de bouw is de Schöllenen-kloof. Het gevecht om de steile kloof waardoor de wilde rivier de Reuss sroomt te overbruggen is omgeven door mystiek. Te vergelijken met het Meer van Lochness in Schotland.
De kloof is een welhaast onneembare hindernis, zelfs voor muilezels. Het ravijn is alleen te passeren via een uit het graniet uitgehouwen trap uit de verticale rots naar beneden en aan de andere kant weer omhoog. Rond 1220 wordt een houten brug gebouwd over de kloof, die hangt aan kettingen. Zeg maar een soort voorloper van de Brooklyn Bridge over de East River tussen Brooklyn en de Lower Manhattan in New York. De ontsluiting tussen noord en zuid in Midden-Europa is een feit.
De houten brug over de Reuss wordt uiteindelijk vervangen door een stenen brug in 1585. Hier duikt voor het eerst in documenten de naam Teufelsbrücke (Duivelsbrug) op. In 1830 wordt een tweede stenen brug gebouwd. De eerste raakt in verval en in 1888 stort hij in. Die tweede brug blijkt uiteindelijk te smal om de groeiende hoeveelheid passanten van de Gotthardpas te verwerken. In 1958 wordt vlak naast de tweede brug een derde Teufelsbrücke gebouwd, samen met een tunnel, die direct op de brug aansluit. Die tweede brug ligt er nog steeds, maar is nu het domein van wandelaars. Als je op de tweede brug staat, kun je het je nauwelijks voorstellen dat de Schöllenen-kloof als barrière met de huidige technische kennis zo’n betekenis heeft gehad voor de ontsluiting van noord en zuid in Midden-Europa. Ingenieurs bouwen nu met een ogenschijnlijk gemak een viaduct bij Millau in Frankrijk, met brugpijlers van maximaal 324 meter hoogte.
Volgens de overlevering is de eerste stenen brug door de duivel gebouwd, omdat het mensenhanden maar niet lukte een degelijke overspanning over de Reuss te maken. Uiteindelijk roept iemand vertwijfeld uit ,,Dan zal de duivel een brug bouwen!’’ De duivel en de lokale bevolking sluiten een pact; Satan zal de brug bouwen in ruil voor de ziel van de eerste passant. Als de brug eenmaal staat, sturen de omwonenden er als eerste een bok over. De duivel is woest en pakt een enorme rots, waarmee hij de brug in een enkele worp wil vernietigen. Maar snel kerft een vrome vrouw een kruisteken in die steen. Daardoor mist de duivel de brug en de rots valt in de Schöllenen-kloof en rolt een eind naar beneden. Het zal niemand verbazen dat deze steen voortaan der Teufelstein heet. In 1973 is deze twee ton zware steen 127 meter verplaatst vanwege de bouw van het nieuwe tracé van de Gotthardpas. De verplaatsing van de duivelsteen wordt verantwoordelijk gehouden voor het onverklaarbaar hoge aantal ongelukken bij kilometerpaal 4 van de 17 kilometer lange Gotthardtunnel. De duivel is anno 2018 de bok die hij heeft geschoten nog niet vergeten.


Als ik van de oudste brug naar de woeste stroom van de Reuss kijk, vraag ik mij af hoe de duivel zo dom kan zijn en bijna sympathiek wordt. Want het lijkt erop dat dit pact met de duivel uiteindelijk goed eindigt. In de Christelijke traditie behoort het altijd slecht af te lopen, want het verkopen van je ziel heeft een te hoge prijs: eeuwige verdoemenis wacht degene die Satan als zijn meester erkent.
Het Gotthardmassief is de natuurlijke scheiding tussen noord en zuid in Centraal-Europa. De pas ligt op de hoofdkam van de Alpen en op de Europese waterscheiding. De Rijn stroomt in noordelijke, de Po in zuidelijke richting. Al sinds mensenheugenis proberen mensen er de kortste en snelste weg te vinden. Desnoods er dwars door heen. Mensen hebben geen geduld. We willen zo snel als mogelijk van A naar B. Maar het reizen naar Italië over de oude Via Tremola blijft wel de mooiste. Het is een kwestie van keuzes maken. Mijn navigatiesysteem anno 2018 stuurt mij door een tunnel. Tenminste als ik voor de snelste route kies. Mijn systeem heeft geen opties voor de mooiste route. Ik neem de oude weg met de klinkers. Ik vind mijzelf heel moedig, dat ik het advies van mijn wegencomputertje negeer.
Moderne mensen denken meestal alleen maar in reistijd, niet in reisgenot. Files worden tegenwoordig in tijdverlies weergegeven, niet in kilometers lengte. Dat klinkt als een halfleeg glas. Hoe vaak hoor ik op feestjes niet de sterke verhalen dat Nederlandse toeristen record op record weten te breken om met een volgeladen auto zo snel als mogelijk in Noord-Italië aan te komen. Ik sta altijd in de file voor het Gotthardmassief, welke route ik ook neem.
De Gotthardpas is – tot de opening van de bijna 17 kilometer lange wegtunnel in 1980 – de belangrijkste doorgaande weg richting zuiden en vice versa in de Zwitserse Alpen. Dit is de tunnel die tijdens het toeristenseizoen zelfs de Nederlandse verkeersinformatie bereikt. Je zou denken dat met zo’n tunnel de files zouden verdwijnen, maar het tegendeel is waar. Om veiligheidsredenen wordt het verkeer gedoseerd. Het wordt in tranches doorgelaten om te voorkomen dat het verkeer vastloopt in de tunnel zelf.
Nog maar twee jaar geleden ben ik door deze tunnel gereden. Wat mij vooral bijgebleven is dat ik dacht het in de tunnel wel koeler zou zijn dan daarbuiten. Want na ruim anderhalf uur in de brandende zon in de file, heb ik wel behoefte aan verkoeling. Eenmaal rijdend in de tunnel zie ik de buitentemperatuur alleen maar oplopen. De hoogste temperatuur is exact in het midden van de tunnel. Richting uitgang daalt hij weer. Met de opening van de wegtunnel, wordt de nieuwe Gotthardpas niet langer sneeuwvrij gehouden tijdens de winter.
De Gotthardpas is geen plaats, geen stad, geen dorp. Je kunt er stilstaan, maar je wilt alleen maar vooruit. Met de opening van de spoortunnel in 1882 kan je er ook met de trein doorheen. Die moet voordat ze de tunnelmond bereikt, flink hoogte winnen om zich pas op ruim 1100 meter hoogte in het massief te boren. Je gaat bij Göschenen aan de noordzijde naar binnen. Bij Ariolo komt je er weer uit. Het spoor heeft dan 36 meter aan hoogte gewonnen over een afstand van vijftien kilometer. Je kunt hier ook je auto op een treinwagon neerzetten en zo het massief passeren.

Sinds 2016 is de Gotthard-basistunnel geopend. Het is de langste treintunnel ter wereld, langer dan de Kanaaltunnel. Hij wordt basistunnel genoemd omdat hij aan de basis van de berg naar binnen gaat, zonder dat het spoor eerst hoogte moet winnen. Dat heeft een prijs, want de te overbruggen afstand door de rotsen is 57 kilometer lang. Dat is dezelfde afstand als van het centrum van Amsterdam naar het hart van Utrecht. Deze tunnel is geschikt voor snelheden tot maximaal 250 kilometer per uur en heeft 8,9 miljard euro gekost. De reistijd tussen Zürich en Milaan wordt met meer dan een uur verkort en is daarmee een serieuze concurrent voor het milieubelastende vliegverkeer. Ook voor het goederenvervoer is deze tunnel een aanwinst. De treinen kunnen langer en veel zwaarder zijn, omdat ze geen hoogte meer hoeven te winnen.
Een van de kenmerken van een bergpas is dat er dat er slechts kleine en korte tunneltjes zijn. Als je een bergpas neemt, kun je er alleen maar overheen. Een pas heeft geen inwoners, wel aanwonenden. De Gotthardpas is een weg, een bergpas; het is een passage. Wegen verbinden, wegen communiceren. Bergpassen zijn altijd belangrijke verbindingswegen. Ze worden nooit zomaar gemaakt. Wegen bestaan al veel langer dan de mensheid. Dieren maken routes op zoek naar water en voedsel. Ze nemen altijd de kortste en efficiëntste weg. Het is niet meer dan een platgetreden pad. Als de mens er eenmaal is, dan worden paden wegen. Mensen verplaatsen zich, blijven nooit op één plek. Anders overleven ze niet. Eigenlijk niet anders dan dieren. Om te overleven moeten ze handelen. Er is altijd een economische noodzaak. Zonder transport staat alles stil.
De Gotthardpas wordt ook wel de Sint-Gotthard genoemd. In het Duits is het Sankt Gotthard, in het Italiaans San Gotthardo. De pas is vernoemd naar Godehardus van Hildesheim uit Beieren, die leefde van 960 tot 1038. Godehardus is de patroonheilige van reizende handelaren. In de 12e eeuw laat aartbisschop Galdino van Milaan – naarmate je zuidelijker op de Gotthard komt wordt alles meer Italiaans – een kleine kerk en klooster in de Gotthardpas bouwen. Het klooster groeit uit tot een hospitium, dat onderdak biedt aan pelgrims en handelsreizigers. Een hospitium staat voor kloosterlijke gastvrijheid. Het gebouw is nu gerenoveerd en nog steeds in functie onder de naam Ospizio San Gottardo. Ik vrees dat de kloosterlijke soberheid en de momenten voor contemplatie verloren gegaan zijn. Want ook hier is er wifi en mobiel bereik.


Bij het zien van de traag voorbij komende auto’s met de Zwitserse Alpen op de achtergrond fantaseer ik over de veldtocht van de Carthaagse veldheer Hannibal, de auto’s staan dan symbool voor de olifanten waarmee hij ten strijde trekt over de Alpen om Rome op de knieën te brengen. Het is de Tweede Punische oorlog in de 3e eeuw voor Christus. Die oorlog tussen Rome en Carthago gaat om de heerschappij over de Middellandse Zee. De Romeinen zien de Middellandse Zee als hun eigen zee, Mare Nostrum. Gerelateerd aan het moderne territoriale denken van de 20e eeuw is het een soort antieke Tweede Wereldoorlog, met de vraag wie de meeste invloed krijgt over de handelsroutes en havens rond de Middellandse Zee. Intussen weet ik dat Hannibal nooit de route langs de Gotthard genomen heeft, omdat zelfs de Romeinen nooit deze weg gebruikt hebben om naar het Noorden te gaan. Waarschijnlijk is Hannibal met zijn olifanten via de Franse Alpen richting Rome getrokken.

Als ik over de Gotthardpas rijd, denk ik altijd aan de edelweiss (Leontopodium Apinum). In de Duitse taal geschreven als Edelweiß. Het is een viltige witte stervormige bloem met een geel hart, die vooral voorkomt in de Zwitserse Alpen. In de Duitse en Oostenrijkse Alpen zijn ze nog zeldzamer. Als ik dan mijn auto neerzet in zo’n parkeerhaventje hoop ik er altijd een paar te zien. Ik geef het al snel op, want ze groeien vooral op moeilijk bereikbare plekken. Daarom staat de bloem ook symbool voor doorzettingsvermogen en moed. Gelukkig maar, anders hadden de duizenden toeristen de hele Alpen leeggeplunderd. Dus laat ik het aan mijn fantasie dat ze honderd meter hoger, ergens achter een rotsblok stiekem bloeien.
De edelweiss staat ook voor licht in de duisternis, voor spirituele schoonheid. Het is de nationale bloem van Zwitserland. Iedereen kent hem natuurlijk van de talloze hotels in Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk die naar deze bloem vernoemd zijn. Hij is ook een nationaal symbool voor buurland Oostenrijk. Maar dat is misschien meer te danken aan Hollywood. De symbolische betekenis van de edelweiss krijgt een geweldige impuls door de Amerikaanse musicalfilm The Sound of Music uit 1965, met de actrice Julie Andrews. Het is aan deze film te danken dat iedereen de bloem kent.
Centraal in The Sound of Music staat het verhaal van de Oostenrijks-Hongaarse marine-kapitein Georg von Trapp (in die eerste film gespeeld door Christoffer Plummer). Hij is weduwnaar en vader van zeven kinderen. Hij vecht in de Eerste Wereldoorlog en wordt voor zijn inspanningen hoog onderscheiden. Maar hij verzet zich in de jaren 30 tegen een mogelijke aansluiting van Oostenrijk bij het Derde Rijk van Adolf Hitler. Voor Von Trapp is dat aanleiding om zijn heimat Oostenrijk te verlaten. Op enig moment in de film bezingt hij in de film de edelweiss en hij verheft daarmee de bloem tot symbool voor het onafhankelijke Oostenrijk. Deze scène heeft een dermate krachtige semiotiek dat je er niet om heen kunt, ook al is het een Hollywood-bedenksel. Die edelweiss is er gewoon, ook al zie je hem niet. En het is frappant dat een Engelstalige liedje de identiteit bezingt van een ander land: ,,Edelweiss, edelweiss, bless my homeland forever…’’
Ik kan niet meer zomaar welke alpenweide dan ook passeren zonder dat de betekenis van zo’n nationaal symbool tot mij doordringt en ook zo voelbaar aanwezig is. Misschien is de band met de edelweiss bij mij ooit ontstaan toen ik als klein kind in een klassieke en onverwoestbare Lederhose naar de kleuterklas ging, compleet met een afbeelding van een edelweiss op het tussenstuk van de eveneens leren bretels. Hoewel ik de edelweiss als volwassene ook vaak genoeg gezien heb op de uitbundige decolletés van Duitse biermeisjes, die met gemak zeven glazen bier van elk een liter uitserveren tijdens oktoberfeesten in München. Het zal ongetwijfeld aan de stemming van de dag liggen. En de hoeveelheden geconsumeerd bier.

De weg brengt me bij het Italiaanse Como. Ik parkeer de auto langs het meer om wat te eten. Italië! Ik kijk terug over het weidse landschap naar de hindernis die ik zojuist genomen heb. Maar thuis lonkt misschien nog wel meer. Ik maak rechtsomkeert en neem de snelste route die mijn navigatie aangeeft: het zal 9 uur en 14 minuten duren voor ik weer thuis in Amerongen ben, op de Amerongse Berg. Die ligt op 69,2 meter boven NAP. Is het heimwee of is de Amerongse Berg al hoog genoeg? Voorbij Frankfurt am Main moet ik de A3 mijden. Want daar staat een dijk van een file. Bless my homeland forever…

 



 

3 Responses to Gotthardpas 1961

  • Prachtig verhaal weer. Komende zaterdag ga ik onder andere de oude Gotthardpas fietsen, als ik dan afzie, al rijdend over die steentjes, zal ook uitkijken naar edelweiss.

  • Wat een geweldig verhaal weer! Dank daarvoor, het haalt weer veel herinneringen op aan de vakantie’s met mijn ouders, waarin het bedwingen van de Alpenpassen altijd een vast onderdeel vormde.

  • Prachtig stuk. Het doet mij terugdenken aan een vroege zondagochtendrit met mijn Citroën SM over de Gotthard, een klassieke 911 in mijn kielzog. Bovenaan stonden we beiden stil, met kokende carburateurs…

Geef een reactie