Formentor 1958

29 mei 2018

Leestijd 10 minuten
Kijktijd 6:57 minuten

Tekst © Rob Hoen

Er zijn van die ansichtkaarten die intrigeren. Zoals deze kaart, die heeft gewoon iets. Das gewisse Etwas, zeggen de Duitsers. Een onduidelijke, maar ontegenzeggelijke aantrekkingskracht. Nu nog steeds, zestig jaar nadat hij verstuurd is. Achter iedere foto zit een verhaal, ook al heb je de foto niet zelf gemaakt en niet uitgezocht op het ansichtkaartenrekje bij de souvenirwinkel van Cap Formentor. Dat ligt in het uiterste noorden van het eiland Mallorca.

Het hele rekje hangt vol met kleine en grote verhalen. Van degene die de kaart in een Spaanse brievenbus stopt tot de persoon die ze van de deurmat raapt. Van de momentopname van de fotograaf tot de kijker die fantaseert wat er buiten het kader van de foto staat. Even weet ik niet welke kaart te kiezen. Ik denk aan de Engelse fotograaf Francis Frith, die in 1858 de eerste foto’s maakt van de piramides van Gizeh in Egypte en ons tot ontdekkingsreizigers maakt vanuit een comfortabele leunstoel bij de open haard. Ik kies de kaart met de oranje auto.
Het kaartje hiernaast dat als plaatsbepaler dient, wijst met zijn pijl bijna in de plomp. Het lijkt alsof dit de plek is waar ooit een schip vergaan is. Maar je weet nu toch ongeveer waar Mallorca ligt. Lang geleden – als de zeespiegel stijgt tijdens het Tertiair – ontstaat Mallorca. De Balearen zijn oorspronkelijk bergen die pas later door water omringd worden. Ze zijn ongeveer tegelijkertijd met de Pyreneeën ontstaan.
Ansichtkaarten als deze staan in de jaren zestig en zeventig in mijn ouderlijk huis op de schoorsteenmantel van de open haard. Die brandt nooit. Er zitten proppen kranten in de schoorsteen om de tocht weg te nemen. De kaarten staan op de schouw om er even een blik op te werpen en weg te mijmeren bij het plaatje. Of om te denken aan degene die de kaart gestuurd heeft. Die ansichtkaarten hebben een houdbaarheidsdatum, tenminste dat vindt mijn moeder. Na een aantal weken belanden ze in een la. Zij bewaart ze allemaal. Als de postbode een nieuwe brengt, neemt die de plek van een oude in. Af en toe staan er verschillende naast elkaar. Op de achterkant staat doorgaans niet veel bijzonders. Veel verder dan ,,Zonnige groeten uit…’’ en ,,Wij genieten van…’’ komt het niet. Als ze langere tijd op de schouw staan, krullen ze een beetje door de warmte van de zon. Verdwijnt zo’n kaart eenmaal in de la, dan is dat een onuitgesproken signaal om weer terug te gaan naar het dagelijkse leven en te stoppen met dagdromen. De zomer is voorbij, het leven gaat verder. Interessanter wordt het pas als ik ze na vijftig jaar weer uit de la opdiep en ze een tweede leven geef. Die ansichtkaart blijft dezelfde. Een foto is per definitie een afdruk uit het verleden; nooit van het hier en nu. Eenmaal gemaakt is het geschiedenis. Het moment van afdrukken door de fotograaf is een momentopname. De beleving daarna is een andere. Die ansicht is voor de kijker een verzameling flarden aan herinneringen, die niets met de locatie te maken hoeven te hebben.

Mallorca behoort tot de eilandengroep van de Balearen en is het grootste eiland van de archipel. Het ligt ten oosten van Spanje in de Middellandse Zee en is Spaans grondgebied. De Balearen bestaan uit vier hoofdeilanden met permanente bewoning: Mallorca, Minorca, Ibiza en Formentera. Palma de Mallorca is de hoofdstad. De Balearen zijn een van de 17 autonome regio’s van Spanje en vormen tezamen een provincie. Mallorca is de officiële Spaanse spelling. Eigenlijk is het Majorca, want de Balearen zijn door en door Catalaans. Het is vreemd dat bij alle gebeurtenissen rond het streven naar onafhankelijkheid van Catalonië, je niets verneemt van deze strijd vanaf de Balearen. Misschien komt het wel omdat Majorca bestuurlijk los staat van Barcelona. Het Spaanse koningshuis heeft hier al jaren een buitenverblijf, al ten tijde van de dictatuur van generaal Franco. Op de achterkant van Spaanse ansichtkaarten heb ik vaak genoeg op postzegels de tronie van Fransisco Paulino Hermengildo Teódulo Franco y Bahamonde Salagodo Pardo gezien. Liever is hij bekend als Caudillo de Espana por la Gracia de Dios, ofwel Leider van Spanje bij de Gratie Gods. Fascisten laten zich graag leider noemen. Kijk maar naar den Leider Mussert, der Führer Hitler en Il Duce Mussolini. Het weerhoudt ons er niet van om in de jaren zestig en zeventig massaal in Spanje vakantie te vieren. Want Franco regeert Spanje met ijzeren hand van 1939 tot aan zijn dood in 1975.

Deze prentbriefkaart laat het meest noordelijke deel van het eiland Mallorca zien. Het ongerepte, rauwe Formentor. De rotsbodem laat nauwelijks bomengroei toe. Er groeien wat pijnbomen en vanaf de noordelijke rotsen heb je adembenemende uitzichten over de diepblauwe Middellandse Zee. Formentor is geen stad, geen dorp en geen gehucht. Het is een schiereiland, waar voorafgaand aan het ontstaan van het toerisme op de Balearen niemand woont. In 1863 wordt er op deze afgelegen plek een vuurtoren gebouwd om de kustvaart veiliger te maken.


Zowel de arbeiders en bouwmaterialen worden met ezels aangevoerd. Transport over zee is onmogelijk omdat de rotswanden te steil zijn. Die lange, oude ezelspaden vormen voor Antonio Paretti in 1932 de inspiratie voor de bouw van een spectaculaire 14,5 kilometer lange weg naar de vuurtoren. De weg is een aaneenschakeling van haarspeldbochten. Hij begint in de haven van Polença en kent slechts één tunneltje. Paretti geldt vandaag de dag nog steeds als een kunstenaar van wegenbouw op plekken waar dat onmogelijk lijkt. Deze Spanjaard van Italiaanse afkomst bouwt wegen zonder machines. Waar op de ene plek steen uit de rots uitgehouwen wordt om de weg te vinden, wordt diezelfde steen op andere plekken hergebruikt om kunstwerken aan te leggen. De bocht op de ansichtkaart, dat is dé bocht. Het is de plek waar je deze weg in combinatie met de omgeving van het landschap het mooist in beeld brengt. Al voor de Tweede Wereldoorlog worden hier ansichtkaarten gemaakt. Het is niet de gevaarlijkste bocht. Je mag geen hoogtevrees hebben als je deze weg neemt. Er zijn veel plekken waar hij vlak langs diepe afgronden naast de zee loopt, zonder enige vorm van serieuze afrastering.

Antonio Paretti heeft trouwens nog meer kunststukjes op Mallorca gebouwd. De weg naar Sa Calobra is minstens zo spectaculair als die naar Cap Formentor. Die is ook gebouwd in de jaren dertig. De weg heeft zo mogelijk nog meer haarspeldbochten om hoogteverschillen te overbruggen. Zoveel steile bochten, die zie je zelfs niet in het berglandschap van een modelspoorbaan in de Alpen. Paretti bouwt in deze weg een stropdasknoop: hier draait de weg over zichzelf heen om hoogte te winnen en het verkeer geen trappen te laten lopen. Je kunt je afvragen of de bouw van een dergelijke weg economisch verantwoord is. Want er wonen dan slechts 32 mensen in het dorpje Sa Colobra. De gemiddelde snelheid op beide wegen is niet hoger dan twintig kilometer per uur. Die snelheid wordt nog lager door de grote hoeveelheid recreatieve sportfietsers die deze wegen op- en afrijden.

Nog voordat Paretti de weg bouwt naar Cap Formentor is er nóg een excentriekeling met zo mogelijk nog minder verantwoord economisch inzicht op Mallorca. Hij bouwt in 1928 een hotel op een plek die ontoegankelijk is voor toeristen. Het idee was eerst er een luxe villa voor zichzelf te bouwen, maar het wordt een hotel. Het ligt op negen kilometer ten zuidwesten van Cap Formentor. Geen enkele horeca-ondernemer zal zoiets bedenken, maar wel de bohemien Adàn Diehl. Hij is een gefortuneerde Argentijnse kunstminnaar van Duitse afkomst, die verliefd is op Formentor. Hij steekt zijn hele vermogen in het hotel. Het idee is dat hier een rustige plek komt voor liefhebbers van literatuur en kunst. Sommige mensen vinden hem een visionair, omdat dat hij op deze locatie al in 1929 een golfbaan wil bouwen. Die komt er nooit, omdat er onvoldoende zoet water is om de golfbaan te beregenen. In 1934 verlaat hij berooid Mallorca en verdwijnt naar Frankrijk. Ik kan nergens achterhalen waar hij ooit al dat geld vandaan gehaald heeft om dit project te financieren. Een ondernemer kan hij niet geweest zijn. Het gebouw zelf is een recht-toe-recht-aan-gebouw. Niets bijzonders eigenlijk. Maar het ligt op een utopische plek. In 1929 worden de eerste gasten per boot gebracht. Over het water, want de weg naar het hotel is dan nog niet meer dan een moeilijk begaanbaar pad, dat alleen per pakezel te bereizen is. Die pioniers zijn twee oude Engelse dames. Ze worden op de aanlegsteiger niet door een receptionist ontvangen, maar door Adàn Diehl zelf.

Het hotel gaat dicht in 1939. Dat blijft zo tot in 1954. Daarna heeft het nog talloze eigenaren gehad, maar tot een rendabele exploitatie komt het nooit. Totdat het in 2004 in handen komt van de Gruppo Barceló. Dat is een hotelketen en reisorganisatie met meer dan 230 hotels en bijna 700 reisbureaus over de hele wereld.
Hotel Formentor heeft onderdak geboden aan talloze beroemdheden, die zich even willen terugtrekken uit hun faam en aanzien. In 1956 viert Grace Kelly hier haar wittebroodsweken met Prins Rainier van Monaco aan het paradijselijke strand Playa Formentor met idyllische vergezichten over de zee en bergen. Ver weg van alle paparazzi. Winston Churchill komt hier regelmatig schrijven en schilderen, als hij eens een keer niet naar de Côte d’Azur wil. Zijn portret hangt nog steeds achter de receptie. In december 1979 wordt de Duitse bondskanselier Helmuth Schmidt bruut in zijn rust gestoord als hij hier verneemt dat de Russen Afghanistan zijn binnengevallen. Charles Chaplin, Ava Gardner, John Wayne, Audrey Hepburn, Gary Cooper, Elizabeth Taylor, Peter Ustinov, et cetera, ze komen allemaal naar Hotel Formentor om er rust te vinden.

Als ik deze kaart met de oranje auto zie, moet ik altijd aan mijn oude gymleraar Geuskens denken. Zijn voornaam weet ik niet meer. Het is einde jaren zeventig als ik met mijn middelbare school een tweetal schoolreizen maak. Deze school organiseert ieder jaar reizen naar hoofdsteden van West-Europa. Voorwaarde is dat je een bepaalde taal in je eindexamenpakket hebt die past bij de bestemming. Ik heb alle talen, ik kies voor het Duitstalige Wenen. Geuskens gaat mee als een van de begeleiders.
Natuurlijk neem ik een fototoestel mee op reis. Dat is dan zo’n klikklak-apparaat, het merk weet ik niet meer. Ik stop er in ieder geval Kodak-films in. Als je die laat ontwikkelen en afdrukken krijg je naast een afdruk van je foto een bonusfotootje op hetzelfde printje. Zo klein, dat je er bijna niets op kunt zien. Wel staat het woord Kodak ruim afgedrukt op de fotoprint. De kleuren van die foto’s zijn intussen verbleekt. In die jaren heb ik weinig met fotografie. Dat komt pas veel later als ik ontdek dat ik in beelden denk, niet in letters.
Tijdens zo’n schoolreis zie ik mijn docenten voor het eerst in een andere omgeving. Ze lijken bijna onherkenbaar. Ze zijn anders gekleed, ze bewegen zich anders. De samenhang met het schoolgebouw – de plek waaraan zij hun gezag ontlenen – ontbreekt. Ze lijken opeens heel gewone mensen, die ik tijdens het dagelijkse leven in het straatbeeld van mijn geboortestad niet eens zou herkennen.
Zo niet bij Geuskens. Hij draagt altijd dezelfde tabaksbruine pakken. Die heeft hij ook aan tijdens de gymles. Die pakken glimmen altijd net iets teveel, alsof ze versleten zijn. Ze zijn van een elastisch materiaal gemaakt zodat hij sportief kan zijn zonder uit zijn broek te scheuren. Hoe dan ook, hij blijkt een fanatiek amateurfotograaf te zijn. Hij geeft alle leerlingen ongevraagd advies hoe een foto te maken. Niet hoe ze hem kúnnen maken, nee moeten maken. Natuurlijk maak ik kiekjes van de bezienswaardigheden die we bezoeken. Dan staat Geuskens opeens achter mij en legt mij uit hoe ik meer diepte in het beeld kan maken. Door te zorgen dat er een overhangende boom staat, een muurtje, voorbijgangers of struiken. In ieder geval iets op de voorgrond waardoor je meer diepte in het beeld krijgt en zo het onderwerp minder plat op de foto zet. Veel liever zou ik foto’s nemen van klasgenotes die ik heimelijk bewonder, maar nooit durf ik die te maken.
De ansichtkaart heeft toch diepte, zonder dat er iets op de voorgrond aanwezig is. Het is de weg die de diepte maakt; hij komt naar je toe om weer in de verte te verdwijnen. In een soort kom, met een omlijsting van bergen en zee. De nietigheid van de auto’s versterkt het effect van de indrukwekkende natuur. Vandaar dat ansichtkaartenfotografen allemaal wachten tot er een auto voorbijkomt. En die opvallende oranje auto die hier in 1958 de bocht neemt, die knalt er uit. Ik begrijp opeens de Italiaans-Spaanse wegenbouwer Antonio Paretti en Argentijns-Duitse hotelier Adàn Diehl. Dat ze hier het onmogelijke mogelijk gemaakt hebben. Als ik op de plek sta waar deze foto genomen is, weet ik dat mijn oude gymleraar Geuskens achter mij staat en zegt dat het hier geen goede plek is om een foto te maken. Maar deze keer blijft het stil.

2 Responses to Formentor 1958

  • Leest weer lekker weg. Ik was er op deze schoolreis niet bij, maar wel op die andere reis (Rome), zodat ik me toch in de sfeer kan verplaatsen. En mijn interesse om dit deel van Mallorca te bezoeken is definitief gewekt.

  • Je schrijft prachtig voor iemand die in beelden denkt. Het bruine elastische pak zie ik voor me 🙂 Merci voor de herinnering.

Geef een reactie