Le Perthus – Els Límits 1959

12 januari 2017

Kijk- en leestijd ca. 14 minuten

Tekst © Rob Hoen

Sommige ansichtkaarten ademen een sfeer die je doet verlangen om op die plek te zijn. Het is geen monument, geen bezienswaardigheid, geen fraai landschap, geen vakantiebestemming. Het is een straatbeeld van een grensovergang. Tussen Frankrijk en Spanje in de Oostelijke Pyreneeën om precies te zijn. Van het Frans-Spaanse tweelingdorp Le Perthus – Els Límits.  Ik vraag me dan altijd af of zo’n straatbeeld stand houdt in de loop van de tijd.

Op de foto is geen slagboom te zien; niet nodig blijkbaar. Wel een paar Franse douaniers. Die staan aan de Franse kant van de grens. Daar is het tijdperk van de Vijfde Republiek van Charles de Gaulle, aan de andere kant de dictatuur van generaal Franco. Van dat laatste is weinig te merken in het tweelingdorp Le Perthus-Els Límits. De sfeer is ontspannen, vrolijk zelfs. De kleuren op de ansicht helpen mee, maar ooit was deze ansichtkaart een zwart-wit foto. Op het moment van de foto is er nog geen sprake van een grenzenloos Europa.
Le Perthus is een Frans dorp dat op zijn beurt tegen een Spaans dorp aanligt: Els Límits. De officiële naam is Los Límites in het Spaans, maar iedereen spreekt van Els Límits, in het Catalaans. Het ligt hemelsbreed zo’n 25 kilometer van de Middellandse Zeekust. De hoofdstraat is de Avenue de France of de Avingude d’Espagna. Deze avenue vormt letterlijk de grens die midden over de straat loopt. Vlak langs het dorp loopt de snelweg A9/AP7 richting Barcelona, aangelegd in de jaren zeventig. Verwonderlijk is het niet, dat juist hier een weg de Pyreneeën kruist. De naam Le Perthus komt van het Latijnse Pertusum. Letterlijk betekent het ‘opening in de bergen’. Het is inderdaad de laagst gelegen doorgang over de Pyreneeën. Wegenbouwers kiezen nu eenmaal voor de goedkoopste en gemakkelijkste weg. Dat moet de Carthaagse veldheer Hannibal in 218 voor Christus ook gedacht hebben. Toen trok hij hier met zijn olifanten over de Pyreneeën ten strijde tegen de Romeinen. Na een jarenlange veldtocht bracht hij Rome bijna aan de rand van de afgrond.
In 1939 kwamen hier meer dan 400.000 Republikeinse Spanjaarden over de grens. Op de vlucht voor de generaal Fransisco Franco en zijn Falangisten. Die vluchtelingen waren helemaal niet welkom in Frankrijk. Een groot deel keerde dan ook uiteindelijk terug. Eenmaal in Spanje wachtte hen de concentratiekampen van Franco. Na de Duitse inval in Frankrijk kwamen de achtergebleven vluchtelingen in de oorlogsindustrie terecht. De beelden van de vluchtelingen, ze zijn niet anders dan die van nu.

Je zou de grensdorpen Le Perthus en Els Límits kunnen vergelijken met de grenssteden Kerkrade en Herzogenrath. Daar loopt de grens ook over een gemeenschappelijke straat: de Nieuwstraat of Neustraße. Ooit in de publiciteit gekomen toen de Nederlandse journalisten rellen voorspelden bij een voetbalwedstrijd tussen Duitsland en Nederland. De door de media opgefokte Kerkradenaren begonnen na de verloren wedstrijd te knokken voor de massaal aanwezige pers. En zo wist heel Nederland dat Kerkrade en Herzogenrath een gemeenschappelijke grensstraat had. Sindsdien geldt er een noodverordening als beide landen tegen elkaar voetballen. Wordt er niet gevoetbald, dan verwekken de grensbewoners gewoon kinderen bij elkaar.
De ansichtkaarten van de Franse douane zijn gemaakt zowel vanaf Spaans (boven) als van Frans grondgebied (onder). Franse douanebeambten controleren automobilisten. Mensen zitten relaxed op de smalle terrassen van de cafés en restaurants. Winkelend publiek loopt door de hoofdstraat. Geldwisselaars zijn er te over. Hier kun nog je Spaanse peseta’s inwisselen voor Franse francs en andersom. Maar als je in deze dorpen geld wil uitgeven worden beide valuta’s geaccepteerd. Misschien zijn de mensen wel zo ontspannen omdat ze hier zonder gêne kunnen toegeven aan hun onbewuste verslaving aan drank en tabak. Want Le Perthus en Els Límits vormen een belastingvrije enclave tussen Frankrijk en Spanje. Nog steeds kun je hier taxfree inkopen doen. Weliswaar zijn de wisselkantoren met de komst van de euro verdwenen, de handel heeft er niet onder geleden. Douanebeambten hebben hun handen vol aan automobilisten die meer dan maximaal toegestane hoeveelheid drank en sigaretten in de kofferbak hebben gestopt. Nog niet eens aan terroristen met Kalasjnikovs en explosieven in de auto. Belastingvoordeel maakt mensen gulzig. Ze rijden rustig een omweg van honderd kilometer of meer voor een korting. Om die dan weer in het plaatselijke restaurant of café  te verbrassen.

Het is mij een raadsel hoe deze dorpen aan hun belastingvrije status komen. Het resultaat is nu één groot winkelcentrum met 3500 parkeerplaatsen. Er zijn 75 taxfree winkels en vijftien restaurants die het het hele jaar hun deuren open hebben. In totaal is er 60.000 vierkante meter winkeloppervlak. En er wonen zo’n zeshonderd mensen. Daarmee vestigen ze een record: de hoogste middenstand-inwoner ratio van West Europa. Een overwoekering door commercie. Alles in het teken van de belastingvrije handel. Daarom zijn de grensposten naar buiten de dorpen verplaatst. Want op drukke dagen staan er files aan beide zijden.
Vanuit de hele Franse en Spaanse regio komen de mensen hier om spullen te kopen. Er worden zelfs complete busreizen naar Le Perthus en Els Límits georganiseerd. En die bussen zijn echt niet alleen met bejaarden gevuld. Natuurlijk, ze gaan voor drank en tabak. Maar ook voor parfums, kleding, elektronica, meubels, etenswaren, enzovoorts. Als het slecht weer aan de kust is, vindt je hier geen vrije parkeerplaats meer. Het lijkt dat alle toeristen van de Middellandse zeekust dan hier een dagje komen winkelen.
Op internetfora worden ervaringen uitgewisseld wat waar ’t goedkoopst is. Hoeveel je mag meenemen. Benzine, sigaretten en sterke drank aan de Franse of Spaanse kant. Of dat je hier meer over de grens mag brengen dan bijvoorbeeld uit het nabijgelegen Andorra, dat niet tot de EU behoort. Probeer maar eens als toerist op weg naar huis de maximaal toegestane 110 liter taxfree bier te transporteren in je auto. Een snelle rekensom leert dat dit ruim 15 kratten bier zijn. Tien sloffen sigaretten, dat is wel te vervoeren. Je mag 10 liter aan sterke drank meenemen. Drank met iets minder alcohol, zoals Vermouth, Madeira en Port: 20 liter. Wijn: 90 liter. Dat zijn twintig dozen met zes flessen. Je mag niet meteen met een busje of vrachtwagen komen. Het geldt voor personenauto’s die maximaal negen personen kunnen vervoeren. Of minder.
Ook ik ben niet vies van een voordeeltje. Gericht op zoek ga ik niet. Roken is al jaren verleden tijd, het drankgebruik gematigd, en de kat op het spek binden is nooit een goed idee. Maar als ik vanuit Barcelona op weg ga naar huis, spookt het beeld van de oude ansichtkaarten door mijn hoofd. Ik besluit om via de provinciale weg bij Le Perthus de grens te passeren.
Ondanks het mooie strandweer is er veel verkeer. Nog voordat je het dorp binnenrijdt voel je al dat het er druk zal zijn. Al ver voor de grens staan overal auto’s in de berm geparkeerd. Het oude gebouwtje van de Spaanse douane staat er nog. Het is nu een automaat voor betaald parkeren. Het zal nog niet meevallen om de oude grenspost van de ansichtkaart te vinden. Oude huizen zijn compleet gesloopt, of ze hebben een moderne voorgevel gekregen. Overal lopen mensen. Dat is niet anders dan in de jaren zestig.
Voordat ik het weet ben ik er al door heen gereden. Maar vlak voordat ik Le Perthus verlaat, herken ik in een flits de plek van de ansichtkaart. De benzinepompen zijn weg. Het oude douanekantoor is een woonhuis. Het ernaast gelegen hotelletje is nu een appartementscomplex, met een discountwinkel eronder. De stoep is nog smaller geworden. Voor tafels en stoelen is geen ruimte meer. Le Perthus en Els Límits hebben geen stand gehouden. Gelukkig, ik heb de foto’s nog.



2 Responses to Le Perthus – Els Límits 1959

  • Ik herinner mij dat er in 1959 toch echt wel gecontroleerd werd aan die grens. Wat was het geval: een stukje verder Spanje in stond er nogmaals een douane en die was niet mals. Hele auto’s werden van top tot teen gecontroleerd. De koffers eruit en de inhoud bekeken. Voor ons stond een Duitse witte Mercedes met daarin een stel op huwelijksreis. De inhoud van hun koffers lag op straat. Wij hadden gecampeerd en een zeer rommelige auto-inhoud. Dus wij hielden ons hart vast. De douane zag ons nummerbord en zei: ‘Holandés’ en wenkte ons door. Tot onze opluchting.

  • Wat een leuk artikel en wat een treffende sfeer. Als wij naar de Spaanse kust gingen kwamen we door Le Perthus – La Junquera. Daar heb ik de eerste olijven van mijn leven gegeten. Ik dacht dat het druiven waren. Toen geen onverdeeld genoegen. Dank voor een leuk kwartiertje “terug in de tijd.”

Geef een reactie